Baby’s

 

Zwangerschap en geboorte

Het lijkt misschien overbodig om een baby in zijn eerste levensfase te onderzoeken, maar zijn geboorte is voor hem een van de meest traumatische en stressvolle gebeurtenissen in zijn leven. Door de samentrekkingen van de baarmoeder wordt de baby naar buiten geduwd, tegen de natuurlijke weerstand van het smalle geboortekanaal in. Het is opmerkelijk hoe het hoofdje van de baby zich doorgaans aan deze drukkracht aanpast. Natuurlijke vervormingen verdwijnen meestal kort na de geboorte. Maar verschillende factoren kunnen ervoor zorgen dat extra hulp nodig is. Zo verloopt een zwangerschap soms anders dan verwacht. Mogelijke situaties zijn een ongeval, ziekte of langdurige bedlegerigheid tijdens de zwangerschap. De baby kan in stuit liggen of te weinig ruimte krijgen bij een meerlingenzwangerschap. Tijdens de bevalling kunnen meerdere situaties ervoor zorgen dat de baby met extra kracht ter wereld wordt gebracht. Denk maar aan het gebruik van de zuignap of de tang, het meeduwen op de buik door de verloskundige of het toedienen van weeën opwekkende of afremmende middelen. Bij een keizersnede wordt het noodzakelijke kneden van de schedel bij de geboorte overgeslagen en is er eerder sprake van onderstimulatie. En als de moeder met een ruggenprik of epidurale verdoving bevalt, heeft ze haar  krachten niet langer onder controle.

 

Ook na de geboorte kan bijvoorbeeld een langdurige rugligging van de baby ervoor zorgen dat zijn fysieke ontwikkeling wordt belemmerd.

Deze en tal van andere elementen kunnen ertoe leiden dat de baby worstelt met spanningen van membranen, spieren en gewrichten. Deze onopgeloste spanningen, voornamelijk in de schedel en in de wervelkolom, liggen vaak aan de basis van klachten in de kindertijd. Als een baby ongemak voelt bij een bepaalde beweging, dan zal hij die vermijden. Zo kan pijn in de hals als gevolg hebben dat hij zijn hoofdje altijd dezelfde kant opdraait of dat hij met zijn hoofdje en nek een terughoudende beweging maakt. Hierdoor ontstaan een voorkeurshouding en alsmaar grotere spanningen. Als deze spanningen de functie van de zenuwen verstoren, dan kan dit ook klachten van het verteringssysteem veroorzaken.

 

Een baby kan niet vertellen wat hij voelt, waar hij pijn heeft of hoe erg hij lijdt. Huilen is de enige vorm van communicatie met de buitenwereld. Zodra een baby meer dan drie uur per dag, meer dan drie dagen per week en meer dan drie weken lang huilt is het een huilbaby. Soms kan de huisarts na zijn eerste onderzoeken niets afwijkends vinden. De baby wordt dan doorverwezen naar de kinderarts, waar voedsel intoleranties en allergieën worden getest en andere soorten voedingen en slaappatronen worden geïntroduceerd.

 

Belangrijk om te onthouden is dat huilen slechts een van de symptomen is. Deze baby’s huilen niet alleen veel, ze zijn ook moeilijker te troosten. Over het algemeen zijn ze bijzonder actief en beweeglijk, snel afgeleid en lijken ze angstig. Veranderingen vallen meestal niet in goede aarde. De osteopaat kan deze symptomen positief beïnvloeden.